Aanmelden nieuwsbrief

Schotertuin tip...

Voorzichtig met bamboestokken

Veel tuinders gebruiken bamboestokken. Die zijn ideaal om planten te steunen of rekken mee te maken waar bonen tegenaan kunnen groeien.

 

Foto_Ruby_rood_oog

Toch is het gebruik van bamboe niet zonder gevaar. Het gebeurt helaas nog veel te vaak dat een tuinder bukt, daarbij de stok over het hoofd ziet en die stok in zijn of haar oog krijgt.

 

Om dit te voorkomen, zijn er speciale dopjes te koop, o.a. bij de firma Wiltfang. Je kunt natuurlijk ook zelf wat verzinnen. Kleine plastic flesjes op de stokken zijn prima als oogbeschermer te gebruiken.

Dat is nog milieuvriendelijk ook, want miljoenen van deze flesjes komen in de natuur terecht.

 

Verder is het af te raden om bamboestokken te breken. De kans op een (flinke) splinter in de hand is daarbij groot. Bamboe maakt weerhaakjes, dus zo’n splinter is er zonder chirurg niet meer uit te krijgen. Als bamboestokken kleiner gemaakt moeten worden, knip of zaag ze dan.

 

Op de foto: een van onze tuinders heeft helaas aan den lijve ondervonden wat het is om een stokje in het oog te krijgen. Gelukkig liep het goed af.

 

 

Site-onderhoud





Spaarnhove PDF Afdrukken E-mail

De terreinen van het huidige Noordersportpark en het Schoterbos (dus zo goed als zeker ook onze doetuin de Schotertuin) zijn grotendeels onderdeel geweest van de grote buitenplaats Klein Berkenrode, later Spaarnhove genaamd.
Uit de boeken, die de schrijver van dit stuk bekeken heeft, valt niet exact op te maken waar de grens van deze buitenplaats lag.

 

In “De Groene Stad, een eeuw openbaar groen in Haarlem” (uitg Inmerc bv, Wormer) staat daar waar het gaat over de aanleg van het Schoterbos het volgende: “De gronden waar het om ging, behoorden overigens lang geleden toe aan het landgoed Spaarnhove, dat omstreeks 1823 werd aangelegd” (blz 63).

 

In ”150 jaar parochie Schoten” van Joop de Ridder lezen we:
“In 1859 moest (pastoor) Schuurkamp nog een aankoop doen. De parochianen uit de buurtschap Jan Gijzen waren gewend langs wat we thans noemen het Schoterkerkpad en het Jan Gijzenpad ter kerke te gaan. In genoemd jaar echter kocht ene van Hall, makelaar te Amsterdam, het landgoed Sparen Hoven, waartoe deze paden behoorden.” (blz 23).

 

In “Zeven Heerlijkheden, geschiedenis van Oud-Schoten” lezen we:
“Tot de buitenplaats behoorde een stuk grond van 5 bunders (hectares), met houtgewas en opgaande bomen beplant, die zich uitstrekte van de Schoterstraatweg  tot aan de Straatweg van Velsen aan de Jan Gijzenvaart en waardoor volgens de spraakmakende gemeente de Hodsonlaan liep.” (blz 69)
Langs deze laan kwamen de bewoners  van de Jan Gijzenvaart naar de R.K. kerk van Schoten. De kerk kocht ooit om problemen voor de parochianen te voorkomen dit pad. De naam van dit pad werd toen Kerklaan. Nu heet dit pad nog Schoterkerkpad (Velsen) en Jan Gijzenpad (Haarlem).

 

De godvruchtige dorpelingen uit Jan Gijzen, die op weg naar de kerk waren, keken dus met vrome blikken en het gebedenboek in de hand over “onze” gronden.

  

De r.k. kerk van Schoten was overigens tot ongeveer 1858 gevestigd in een soort schuilkerk net ten noorden van de Jan Gijzenvaart ter hoogte van de kwakel (nu het “kippenbruggetje”).

 

Het Zwitserse chalet, dat tot eind vorige eeuw vlak voorbij het Haarlem Stadion lag, was ook onderdeel van Spaarnhove.

 

Onze doetuin heeft volgens al het bovenstaande dus zo goed als zeker deel uitgemaakt van Spaarnhove. Het is “op zijn minst” niet ver van de grens ervan gelegen geweest.
In ieder geval kan je zeggen dat de voorname bezoekers van Spaarnhove tijdens hun wandelingen hebben kunnen uitkijken naar de gronden waar wij nu de spade in zetten om onze boontjes te zaaien.

Dat worden dus in het vervolg alleen nog maar “Herenboontjes”!!! Smile

 

Al in 1545 komt de naam Klein Berkenrode voor. Men denkt dat het een versterkte hofstede (boerderij) is geweest.
In 1761 wordt het gekocht door Albertus Hodson (oorspronkelijk geschreven als Hodshon). Hij was lakenkoopman in Haarlem.
De naam van het landgoed veranderde in die tijd in Sparen Hoven. Na de dood van Albertus wordt het eigendom van zijn zoon Albertus Hodshon jr.

 

In het jaar 1803 wordt er door Albertus Hodshon op het landgoed een vinkenbaan aangelegd.  Zijn broer Izaak had een vinkenbaan in ’s Graveland en hij wilde blijkbaar ook zo iets. De vinkenbaan in Spaarnhove lag vermoedelijk op de plaats van de huidige sportvelden in Schoten.

 

Het is even een “omweg”, maar laten we even kijken wat een vinkenbaan was.

 

Een vinkenbaan is een vanginrichting voor kleine vogels. Ze werden veelal in de Hollandse duinen aangelegd om de vogels tijdens de jaarlijkse vogeltrek te kunnen vangen. In de 18e eeuw was dit een “vermakelijke” bezigheid die op veel buitenplaatsen werd bedreven. De gevangen vogeltjes werden gegeten of in kooien gehouden. Het ging daarbij niet alleen om vinken, zoals de naam doet vermoeden, maar ook om andere kleine vogels.

 

We lezen in “Nieuwe wandelingen in Nederland” door P.A. Schipperus en Jacobus Craandijk, uitg H.D. Tjeenk Willink Haarlem 1888, het volgende:


Aan de buitenplaatsen in Haarlems omtrek mogt in vroeger dagen de plek niet ontbreken, waar de landheer ‘Den vink met den vink ging verkloeken’. Is 't hier in 't voorjaar een vogelenparadijs, in 't najaar was 't van ouds een vogelenslachtbank. Als de talrijke vlugten van vinken, sijsjes, paapjes over den Hollandschen duinzoom trokken, dan vonden zij overal uitlokkende boschjes, om nêer te strijken, dan hoorden zij de stem van roepende makkers, dan zagen zij op den vlakken grond met milde hand verleidelijk voedsel gespreid, en stamverwanten, die er fladderden, alsof zij er rijkelijk te gast gingen. Maar de broekjes en de touwtjes en de lijn, waaraan die roervinken schijnbaar zoo vrolijk huppelden, maar de kooitjes der lokvinken en het verraderlijke net zagen zij niet; voor het houten huisje, waar zulk een doodsche stilte heerschte, behoefden zij niet bang te zijn. Zij wisten niet, dat daarbinnen begeerige oogen gluurden door de kijkgaatjes, dat sterke handen daar reeds den noodlottigen stang omklemden, gereed om met forschen ruk hun het net te halen over het argeloos kopje. Zij strijken neêr op de baan. Daar worden plotseling de beide vleugels van het groote net over hen digt geslagen en met welgevallen teekent de vinker 't getal der nieuwe slachtoffers aan op de lijst, die reeds van zoo menig goede vangst getuigt. Duizenden en nogmaals duizenden van lustige zangers met hun onschuldige wijfjes werden er jaar op jaar verdelgd. 't Was een liefhebberij van de heeren, een ware hartstogt voor sommigen (blz 216-217)
 
11

(uit een artikel op internet: http://ardeajournal.natuurinfo.nl/ardeapdf/a26-173-202.pdf). Hierin staat ook een uitvoerige beschrijving van de werking van een vinkenbaan.

 

De vinken op uw doetuin zijn dus mogelijkerwijs nazaten van de vinken die vroeger aan deze baan des doods ontsnapt zijn!

 

In 1817 werd het landgoed door Albertus Hodhson verkocht aan Hieronymus (Jerôme) Sillem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12Sillem woonde vanaf 1815 in Amsterdam. Hij was geboren in 1768 in Hamburg, waar zijn bijna even oude vriend en neef Garlieb burgemeester werd.
Hij stond al op negentienjarige leeftijd in Hamburg aan het hoofd van een belangrijke firma, Mathiessen & Sillem, doordat zijn vader aan jicht leed en niet langer in staat was zijn werk te doen. In 1810 bezetten Napoleontische troepen o.a. de stad Hamburg. Als gevolg daarvan zakte de import en exporthandel ineen. Veel kooplieden gingen bankroet. Jerôme bracht in 1812 zijn kapitaal over naar St Petersburg waar hij werkte als financieel adviseur van het hof van de Russische tsaar en optrad als vertegenwoordiger van een Brits-Nederlandse handelsfirma, Hope & Co te Amsterdam. Ook zijn vrouw en vijf dochters verhuisden mee. Zijn vier zonen bleven in Hamburg.

 

 

In dezelfde tijd ontving hij een hoogst aantrekkelijk aanbod: de hoofd aandeelhouder van de bankiersfirma Hope & Co. bood hem aan om één derde van het bankkapitaal over te nemen en om het beheer van de bank op zich te nemen. Jerôme aanvaardde het aanbod en verhuisde met zijn familie naar Amsterdam. Met grote toewijding breidde de financieel expert de firma uit tot één van de belangrijkste banken in Europa.
Omdat  Sillem het bankiershuis Hope moest vertegenwoordigen, ontving hij op zijn buitenplaats Sparen Hove (gemeente Schoten) samen met zijn echtgenote behalve familie en vrienden ook vele gasten zoals internationale handelspartners en politici.

 

 

 

 

 

 

13In 1823 kreeg architect, landschapsarchitect en stedenbouwkundige Jan David Zocher jr. de opdracht het landgoed Spaarnhove als landschapspark in te richten. Daarbij werd naar ontwerp van Zocher een monumentaal neoclassistisch landhuis gebouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14Achter het huis in de richting van het Spaarne werd door Zocher een Engelse landschapstuin aangelegd met gazons, slingerpaden en boomgroepen. Het riviertje het Spaarne liet hij als een grote waterpartij fungeren.  In deze opzet was een stukje weiland opgenomen.

 

Het park aan de voorkant van het huis zag er totaal anders uit.  Hier werden weide, bos en akkerlanden in het ontwerp opgenomen zodat men vooral vanuit het huis uitzicht had op een echt Hollands landschap met grazend vee. Daarachter slingerde zich een watertje door de weilanden en daar lagen akkers omzoomd met bomen. Tussen de bomen kon men aan de horizon kerkspitsen en daken van de nabij gelegen dorpjes ontwaren. Aan de rand van het landgoed lag, naar Zochers ontwerp, een Zwitsers chalet dat als melkboerderij dienst deed.
(Informatie uit “Beelden voor de buitenplaats: elitevorming en notabelencultuur in Nederland” van Y. Kuiper, uitg Verloren, 2005)

 

De zoon van Jerôme, Ernst (1807-1861), werd diens opvolger bij Hope & Co. Hij en zijn vrouw Henriette, een dochter van de burgemeester van Riga, zijn de stichters van de Nederlandse tak van de familie. Vandaag de dag wonen er meer Sillems in Nederland dan in Duitsland.

 

In 1859 werd het landgoed op een veiling verkocht aan de Amsterdamse makelaar van Hall.

 

In 1860 werd het grote huis op het landgoed gesloopt.

 

Van 24 juni tot aan 1 september 1861 vond te Haarlem de "Algemeene Nationale Tentoonstelling van Nijverheid" plaats, georganiseerd door de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid. Onderdeel hiervan vormde de "Tentoonstelling voor Bloemen, Levende Planten en verdere voortbrengselen der Tuinbouw". Parallel werden een loterij en een aantal feestelijkheden in de stad georganiseerd. Verder werd een gouden medaille uitgeloofd voor degene die zich het meest verdienstelijk had gemaakt voor de Nederlandse nijverheid.
Grote tentoonstellingsfeesten met veel muziek vonden plaats op het terrein van de buitenplaats Spaarnhove, waar meer dan 60000 bezoekers op af kwamen.

 

In het Algemeen Handelsblad van 1 juni 1861 lezen we wat er allemaal op Spaarnhove (en dus onze doetuin-terreinen) te doen was:15
 


Daarbij vergeleken zijn de huidige openings- en sluitingsfeesten van de doetuinen maar magere vertoningen. Misschien geeft hiernaast afgebeelde tekst wat inspiratie voor de werkgroep activiteiten van de doetuinen….  Wink

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook na deze tentoonstelling in 1861 is er nog kort iets te vinden over Spaarnhove.16

 

In de Nieuwe Rotterdamse Krant van 1862 staat bijvoorbeeld de volgende advertentie over een te houden houtveiling. Blijkbaar was er een grote opruiming van het bosgedeelte van het terrein, want dit was volgens de tekst al de tweede grote houtveiling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17In “De Duinen en Bosschen” van de beroemde schrijver F.W. (Frederik) van Eeden uit 1868 lezen we inderdaad dat de bossen zijn verdwenen:

 

 

 

 

 

 


In “Nieuwe wandelingen in Nederland” door P.A. Schipperus en Jacobus Craandijk, uitg H.D. Tjeenk Willink, Haarlem 1888 staat op blz 214-215:

 

“En in 1860 viel ‘de plaats van Sillem,’ het prachtige Sparenhoven, in sloopers handen. Het schoone huis met zijn kolonnade, het smaakvol aangelegde park met zijn trotsch geboomte, de overplaats met haar sierlijke Zwitsersche boerderij - 't werd alles weiland, waarin niets meer aan den luister van een der meest vermaarde Haarlemsche landgoederen herinnert”.

 

Dit was dus het definitieve einde van het landgoed Spaarnhove. Het landgoed viel nu in kleinere delen uiteen ten behoeve van land- en tuinbouwterreinen.

 

Het Zwitsers chalet op Spaarnhove

 

18Het Zwitsers chalet, de melkerij van Spaarnhove, en ontworpen door Zocher, was een langer leven beschoren dan het landhuis en de bossen.

 

De afwijkende bouwstijl van deze boerderij deed denken aan de chalets zoals men ze in Zwitserland veel ziet, vandaar de naam. Zocher heeft wel meer van dit type huizen op zijn naam staan, bijvoorbeeld het nog bestaande Zwitsers chalet aan de Wüstelaan in Santpoort.
Het chalet was gelegen naast de huidige kinderboerderij Schoterhoeve in het Schoterbos en bleef tot 1967 in gebruik als woonhuis te midden van een groen gebleven omgeving.

 

 

19Daarna werd het pand verbouwd tot restaurant de Posthoeve, dat zijn deuren in september 1972 opende.

 

 

 

Helaas, in december 1973 brandde het restaurant grotendeels af.
Slechts een klein deel werd behouden en uiteindelijk weer opgebouwd in een nieuw ontwerp.

 

 

 

 

 

 

 


In september 1974 startte op de zelfde plaats de bouw van een nieuwe Posthoeve naar een ontwerp van de Amsterdamse arcitect John Webbers.20

 

28 maart 1975 werd de nieuwe Posthoeve, omgedoopt tot  bar-bodega-barbeque-restaurant weer geopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21Opnieuw is dit pand in oktober 2003 in vlammen opgegaan en zo verdween ook het laatste deel van de opvallende villa.

 

In 2005 start op dezelfde plek de bouw van het appartementencomplex “Parkzight”, dat nu nog aanwezig is.