Aanmelden nieuwsbrief

Schotertuin tip...

Voorzichtig met bamboestokken

Veel tuinders gebruiken bamboestokken. Die zijn ideaal om planten te steunen of rekken mee te maken waar bonen tegenaan kunnen groeien.

 

Foto_Ruby_rood_oog

Toch is het gebruik van bamboe niet zonder gevaar. Het gebeurt helaas nog veel te vaak dat een tuinder bukt, daarbij de stok over het hoofd ziet en die stok in zijn of haar oog krijgt.

 

Om dit te voorkomen, zijn er speciale dopjes te koop, o.a. bij de firma Wiltfang. Je kunt natuurlijk ook zelf wat verzinnen. Kleine plastic flesjes op de stokken zijn prima als oogbeschermer te gebruiken.

Dat is nog milieuvriendelijk ook, want miljoenen van deze flesjes komen in de natuur terecht.

 

Verder is het af te raden om bamboestokken te breken. De kans op een (flinke) splinter in de hand is daarbij groot. Bamboe maakt weerhaakjes, dus zo’n splinter is er zonder chirurg niet meer uit te krijgen. Als bamboestokken kleiner gemaakt moeten worden, knip of zaag ze dan.

 

Op de foto: een van onze tuinders heeft helaas aan den lijve ondervonden wat het is om een stokje in het oog te krijgen. Gelukkig liep het goed af.

 

 

Site-onderhoud





De Jan Gijzenvaart PDF Afdrukken E-mail

De Jan Gijzenvaart is door mensenhanden gegraven. De vaart dankt haar naam aan Jan van Blanckeroort, ook wel genoemd Jan Gijssen van Blanckeroort. In zijn dagboek is te lezen dat hij in 1537 van de Heer van Brederode vergunning kreeg om een vaart te graven  door de heerlijkheid Brederode tot aan de Delft en verder over zijn eigen land richting het Spaarne. De bedoeling was om er duinzand over te kunnen vervoeren.
Zandwinning was namelijk een belangrijke handel in die tijd: het afzanden van de strandwallen door de z.g. zanderijen. Die wallen werden afgegraven met schep en kruiwagen, het zand werd gebracht naar de daartoe gegraven zandvaarten. Het zand werd dan per schuit naar Amsterdam vervoerd. Zo werden de grachtengordels in de 17e eeuw aangelegd met Haarlems zand. De zandhandel was dus een belangrijke economische factor.

 

Na de dood van Jan Gijssen in 1554 is de vaart in delen verkocht. Vanaf 1686 was Haarlem eigenaar van de vaart door alles op te kopen.

 

Hiernaast een tekening uit 1770 van een huis aan de Jan Gijzenkade 24
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In “Het Aardrijkskundig Woorden boek der Neederlanden” uit 1848 van A.J. van der Aa staan twee omschrijvingen van Jan Gijzenvaart.
De eerste beschrijving slaat op de vaart zelf, ook wel Jan Gijzenzandvaart genoemd. De tweede slaat op het gehucht dat ontstond aan de vaart. Dat “gehucht” heet nu Santpoort Zuid. 25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Het gehucht Jan Gijzenvaart op een postkaart.26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Hieronder advertentie van een handelaar uit het gehucht.

27 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Jan Gijzenvaart is nog heel lang in gebruik geweest voor het vervoeren van allerlei goederen, bijvoorbeeld voor de eerder genoemde blekerijen. Op deze foto uit 1921 is te zien hoe graszoden per schip vervoerd werden.28

 


Tijdens de aanleg van het Schoterbos vanaf 1935 is de Jan Gijzenvaart op het Haarlemse gebied met de hand verbreed en een typisch gecultiveerd stadswater geworden. Zie verder in dit verhaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over de Jan Gijzenvaart liep de zogenaamde Kwakel, een bruggetje voor voetgangers.  Zie de foto hieronder.  Dit bruggetje lag ter hoogte van de “kippenbrug” die nu aan het eind van het Schoterhoutpad ligt.29
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier een foto uit het begin van de vorige eeuw van het Santpoortervoetpad (nu Noorderhoutpad geheten) dat uitkomt op die kwakel. De boerderij is het huis van de familie Wolff. Hij was bollenkweker. 30

 

Het is niet helemaal zeker, maar vermoedelijk gebruikte hij ook de gronden van onze doetuinen.

In 1935 is het huis verdwenen vanwege de aanleg van de Noorderhout / Schoterbos.