Aanmelden nieuwsbrief

Schotertuin tip...

Oh...dat onkruid!!

In het voorjaar kan je tuin, ondanks alle wateroverlast en vorst in de winter, toch vol met onkruid staan. Onkruid overleeft namelijk alles! Meestal wordt dit onkruid in delen aangepakt, soms uit tijdgebrek, soms ook om de rug wat te sparen en soms omdat we er domweg geen zin in hebben om "die hele lap grond" in een keer aan te pakken.

Dus we doen een deel, verlaten vervolgens heel tevreden het terrein met het idee over een tijdje weer een deel aan te pakken. En wat las ik laatst in het onvolprezen tijdschrift Kitchen Garden? "Denk nou niet dat je schoongemaakte stuk grond, als je terugkomt, nog steeds prachtig schoon op je ligt te wachten!" Helaas, ook in korte tijd slaat het onkruid weer ongenadig toe. Om deze teleurstelling te voorkomen, raadt KG aan om het schoongemaakte deel af te dekken. Het beste met een stuk zwart plastic. Aan de hoeken en de zijkanten vastzetten (bijvoorbeeld met stenen) om wegwaaien te voorkomen. Op deze manier blijft je schoongemaakte tuin schoon, althans.... wat langer!

Ruby  

Site-onderhoud





De Jan Gijzenvaart PDF Afdrukken E-mail

De Jan Gijzenvaart is door mensenhanden gegraven. De vaart dankt haar naam aan Jan van Blanckeroort, ook wel genoemd Jan Gijssen van Blanckeroort. In zijn dagboek is te lezen dat hij in 1537 van de Heer van Brederode vergunning kreeg om een vaart te graven  door de heerlijkheid Brederode tot aan de Delft en verder over zijn eigen land richting het Spaarne. De bedoeling was om er duinzand over te kunnen vervoeren.
Zandwinning was namelijk een belangrijke handel in die tijd: het afzanden van de strandwallen door de z.g. zanderijen. Die wallen werden afgegraven met schep en kruiwagen, het zand werd gebracht naar de daartoe gegraven zandvaarten. Het zand werd dan per schuit naar Amsterdam vervoerd. Zo werden de grachtengordels in de 17e eeuw aangelegd met Haarlems zand. De zandhandel was dus een belangrijke economische factor.

 

Na de dood van Jan Gijssen in 1554 is de vaart in delen verkocht. Vanaf 1686 was Haarlem eigenaar van de vaart door alles op te kopen.

 

Hiernaast een tekening uit 1770 van een huis aan de Jan Gijzenkade 24
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In “Het Aardrijkskundig Woorden boek der Neederlanden” uit 1848 van A.J. van der Aa staan twee omschrijvingen van Jan Gijzenvaart.
De eerste beschrijving slaat op de vaart zelf, ook wel Jan Gijzenzandvaart genoemd. De tweede slaat op het gehucht dat ontstond aan de vaart. Dat “gehucht” heet nu Santpoort Zuid. 25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Het gehucht Jan Gijzenvaart op een postkaart.26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Hieronder advertentie van een handelaar uit het gehucht.

27 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Jan Gijzenvaart is nog heel lang in gebruik geweest voor het vervoeren van allerlei goederen, bijvoorbeeld voor de eerder genoemde blekerijen. Op deze foto uit 1921 is te zien hoe graszoden per schip vervoerd werden.28

 


Tijdens de aanleg van het Schoterbos vanaf 1935 is de Jan Gijzenvaart op het Haarlemse gebied met de hand verbreed en een typisch gecultiveerd stadswater geworden. Zie verder in dit verhaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over de Jan Gijzenvaart liep de zogenaamde Kwakel, een bruggetje voor voetgangers.  Zie de foto hieronder.  Dit bruggetje lag ter hoogte van de “kippenbrug” die nu aan het eind van het Schoterhoutpad ligt.29
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier een foto uit het begin van de vorige eeuw van het Santpoortervoetpad (nu Noorderhoutpad geheten) dat uitkomt op die kwakel. De boerderij is het huis van de familie Wolff. Hij was bollenkweker. 30

 

Het is niet helemaal zeker, maar vermoedelijk gebruikte hij ook de gronden van onze doetuinen.

In 1935 is het huis verdwenen vanwege de aanleg van de Noorderhout / Schoterbos.